Een Persoonlijk Veerkracht Plan

Mentaal veerkrachtig zijn, goed kunnen omgaan met (werk)druk, verandering en tegenslag is een van de belangrijkste vaardigheden voor medewerkers op dit moment. In veel organisaties voeren managers een keer per jaar een ontwikkelgesprek en maken medewerkers een Persoonlijk Ontwikkel Plan. Mijn idee? Maak ook eens een Persoonlijk Veerkracht Plan.

Veerkrachtige mensen zijn in staat ‘terug te veren’ na tegenslag en blijven effectief functioneren onder druk. Ze hebben minder last van stress en voelen zich gelukkiger. Er zijn drie belangrijke fysieke bouwstenen voor veerkracht; voldoende bewegen, goed slapen en gezond eten. In zijn boek: ‘Building resilience for success’, beschrijft Cary Cooper 4 kernelementen van veerkracht die je kunt ontwikkelen.

  • Flexibiliteit = je aanpak kunnen variëren en nieuwe ideeën en oplossingen bedenken.
  • Vertrouwen = positieve overtuigingen hebben over jezelf en jouw mogelijkheid invloed te hebben op een gewenste uitkomst.
  • Doelgericht zijn = weten wat werkelijk waardevol voor je is en wat je nu en in de toekomst wil bereiken.
  • Sociale steun = een sterk netwerk van wederzijds ondersteunende relaties hebben en hulp kunnen vragen.

Jim Loehr en Tony Schwarz beschrijven zes stappen voor een Persoonlijk Veerkracht Plan.

Stap 1. Kies een doel uit de drie fysieke bouwstenen en de vier kernelementen van veerkracht. Het kan een klein of een groot doel zijn. Belangrijk is dat jouw hart er écht naar uitgaat en je een diep verlangen hebt om dit specifieke doel te bereiken.

Stap 2. Stel je voor (visualiseer) hoe het is als je jouw doel bereikt hebt. Bedenk kleine dingen die je kunt doen en die een positief effect op het halen van je doel hebben.

Stap 3. Deel je plan, je aanpak en gedachten met anderen. Verzamel hun ideeën en reacties.

Stap 4. Kies specifieke momenten op de dag of in de week, steeds op hetzelfde moment waarop je jouw kleine stappen gaat uitvoeren. Beschrijf specifiek en precies wat je gaat doen. Maak het een onderdeel van je dagelijkse/wekelijkse routine. Maak er een ritueel van.

Stap 5. Hou een dagboek bij of kies een andere manier om de effecten van jouw ritueel bij te houden.

Stap 6. Ga er minstens twee maanden mee door, net zolang tot je merkt dat je een positief effect hebt en het een gewoonte is geworden.

Een voorbeeld om je te helpen een ritueel te kiezen en het verschil te herkennen tussen ‘wishfull thinking’, een mantra en een ritueel. ‘Wishfull thinking’ is; ‘Ik moet fitter worden’. Een mantra: ‘Ik moet meer bewegen’ en een ritueel: Op maandag, woensdag en vrijdag ga ik van 18.00 uur tot 18.30 uur, 30 minuten hardlopen.

Gedragsverandering vraagt naast een ritueel om doorzettingsvermogen. Tot slot daarom nog een paar tips om jouw wilskracht te versterken en je brein ‘opnieuw te bedraden’.

Hou je doel voor ogen.

Stephen Covey zei het al: Begin met het eind voor ogen, maar start met de eerste stap. Herinner jezelf (steeds weer) aan je doel. De volgende vragen helpen je daarbij: Wat is mijn doel, het eindresultaat? Welk voordeel levert dat mij op? Wat is het gevolg van niets veranderen? Wat verlies ik door niets te veranderen? Hoe voel ik mij als ik succesvol mijn doel bereik? Wat is het best mogelijke resultaat voor mij?

Leer nieuwe gewoonten aan.

Kies liever nieuw gedrag om aan te leren dan te proberen te stoppen met oud gedrag.

Oefen eerst in gedachten.

Formule 1 rijders werken hiermee. Het helpt om je voor te stellen dat je het nieuwe gedrag doet en je te gedragen alsof je het al helemaal onder de knie hebt. Je brein maakt dan de nieuwe bedrading die je nodig hebt om het gedrag ook ‘in het echt’ succesvol uit te voeren. Fake it untill you make it!

Veel plezier bij het experimenteren!